Tuppie de Teckel

We hebben allerlei avonturen van Tuppie de Teckel.  Samen met zijn grote broer Tobias beleeft hij vanalles: Tuppie houdt van kuilen graven, hij gaat met vrouwtje naar school, samen met Tobias gaat hij logeren, ze passen op het huis enz.

Tuppie de Teckel

Kijk! Zie je dat hondje met die lange rug en die korte pootjes?
Dat is Tuppie. Tuppie is een teckel, zijn vacht is bruin met zwart. Op zijn borst zit een wit plukje.

Met zijn korte pootjes kan Tuppie heel hard rennen.
En graven kan hij ook als de beste. Buiten doet hij dat het liefst: rennen en graven.

Een teckel heet ook wel dashond, want vroeger jaagden ze op dassen.
Tuppie kan ook heel goed jagen.

Thuis woont Tuppie bij Baas, Vrouwtje en Tobias.
Tobias is zijn grote broer en hij is ook een teckel. Maar Tobias heeft kromme pootjes, dus graven kan hij niet zo goed. Geeft niks, want dat vindt hij toch niet leuk.

Tobias houdt van het huis bewaken en van op Vrouwtje passen. Dat zou hij het liefste de hele dag doen. Tuppie vindt hem lief, maar ook een beetje saai.

In de kamer staat een kist vol speelgoed. Een bal, een piepbeest en een zachte knuffel. Daar speelt Tuppie mee als hij alleen moet spelen.

Er ligt ook een trektouw in. Baas of Tobias aan de ene kant, Tuppie aan de andere.
En trekken maar!

Meestal liggen Tuppie en Tobias in hun mandje bij de kachel.
Maar soms, als Tuppie het héél lief vraagt, wil Tobias wel even tikkertje spelen.

En weet je wat Tuppie nog fijner vindt? Bij Vrouwtje op schoot kruipen.
‘Schootje zitten’, noemt hij dat. Lekker warm en gezellig.

Tobias heeft veel haar. Hij lijkt wel altijd een jas aan te hebben dus hij heeft het nooit koud.

Tuppie heeft dunne haartjes, hij heeft snel koud. Daarom heeft Vrouwtje dassen voor hem gebreid.
In alle kleuren van de regenboog.

Als ze gaan wandelen mag Tuppie kiezen welke das hij aan doet.
Vandaag draagt hij zijn gele das!

Tuppie graaft een kuil

‘Tup, kom hier!’ roept Baas. Maar Tuppie graaft en dan hoort hij niks.

‘Tuppie hierrrrr!’ roept Baas nog eens. De kuil is nog niet diep genoeg. Tuppie heeft geen tijd om te luisteren.

‘TUPPIE! LUISTEREN!’ brult Baas. Tuppie schrikt, hij kijkt op. Wat nu?

De kuil is nog lang niet af. Voorzichtig zet hij een pootje weer in de aarde. Dan trekt hij zijn pootje toch maar terug.
Baas klinkt boos… en als Baas boos is luistert Tuppie liever maar wel.

‘Geen kuilen in mijn mooie nieuwe grasveld,’ moppert Baas.
‘Straks vriest het, dan worden de gaten gevaarlijk. Iemand kan zich pijn doen.
Hier mag je niet graven, Tup.’

Baas pakt een grote schep en hij gooit de kuil weer dicht. Daarna stampt hij het gras stevig aan.
Foetsie. Niks meer te zien van Tuppie’s kuil.

Tuppie staat in een hoekje van de tuin, zijn oren hangen. Die Baas…zomaar zijn mooie kuil dichtgooien…

Hij wacht tot Baas weer naar binnen gaat. Dan sluipt hij terug naar het gras.
‘Zal ik weer lekker graven?’ denkt Tuppie. ‘Nee, niet doen. Het mag niet.’

Maar zijn ogen blijven kijken naar die plek waar zijn kuil was. Ineens kan hij zich niet meer tegenhouden. Hij moet graven! Zijn pootjes vliegen, zand spat alle kanten op. De kuil wordt weer dieper en dieper…  Tuppie is zo druk, dat hij de keukendeur niet hoort.

‘TUPPIE!’ buldert Baas.
‘Naar binnen, NU!’

Tuppie schrikt zo erg dat hij met zijn staart tussen zijn benen wegrent.

‘Eerst je das ophangen!’ roept Baas.

Tuppie springt naar de kapstok.
Hij hangt netjes zijn blauwe das op, daarna kruipt hij in zijn mand. Hij legt zijn kop op de rand.
Jammer… de kuil was bijna klaar.

Maar de mand is warm en zijn oogjes vallen dicht. Vlak voor hij in slaap valt, denkt Tuppie:
‘Morgen… maak ik die kuil wel af.’


Reviews

RiNi Pietersen

Google Reviews
4.5