Schrijfwedstrijden

Wedstrijdverhalen

We doen regelmatig mee aan schrijfwedstrijden, en onlangs gingen we weer de uitdaging aan met een superleuke opdracht:

Ons Moordwijven-collectief bestaat 10 jaar en daarom trakteren we op een (thriller)schrijfwedstrijd: als stimulans voor iedereen die schrijft, zin heeft in ‘de korte baan’ en -op een andere manier- in beeld wil komen.

We zijn op zoek naar een spannend, kort verhaal van maximaal 1000 woorden waarin het woord ‘moordwijf’ voorkomt. De winnaar krijg een persoonlijke schrijfcoachingssessie en vooral eeuwige roem.

De jury bestond uit de leden van ons collectief (Isa Maron, Liesbeth van Kempen, Ingrid Oonincx en Marlen Visser) én Claudia van der Werf, acquirerend redacteur bij uitgeverij De Fontein.

En het resultaat? WE HEBBEN GEWONNEN!!!

We delen hieronder graag ons winnende verhaal, genaamd ‘Nummer twee’. Het jurycommentaar vind je hier: https://www.moordwijven.com/jubileum-schrijfwedstrijd/ .

Nummer Twee

Soms weet je al dat je gaat verliezen, nog voor het begint. Niet omdat je geen talent hebt, integendeel. Maar omdat je te vaak nèt niet hebt gewonnen. Omdat je gezicht zich niet in iemands geheugen nestelt en je naam niets oproept.

Ik had moeten winnen. Natuurlijk had ik dat. Ik droom al jaren van applaus, interviews, mijn boek op een stapel in de etalage. Beroemd worden, dat was het plan, ooit. Maar ergens diep in mij wist ik het al: het zou weer nèt niet genoeg zijn. Alsof ik voorbestemd ben om onopgemerkt te blijven.

Ik ben al jaren schrijfster van spannende verhalen, alleen onbekend. Mijn boeken zijn zo stilletjes verschenen dat ik ze zelf niet eens meer durf te noemen. Mijn moeder heeft er drie gekocht, maar gebruikt ze nu als onderzetters. Ze zegt dat ze niet van thrillers houdt, ‘omdat het allemaal zo eng is.’ Dat doet pijn. Je kunt iets maken met alles wat je hebt en alsnog onzichtbaar blijven. Soms voelt schrijven als schreeuwen in een kamer waar niemand luistert.

Toen kondigde het thrillercollectief Moordwijven hun wedstrijd aan. Ze zochten een zesde lid. Een droomkans werd het genoemd. Het collectief bestaat uit vijf vrouwen die samen thrillers schrijven. Zij combineren moeiteloos ‘vrouwelijke kracht’ met ‘meedogenloze stijl’. Ze zijn niet zomaar bekend maar mateloos populair. Hun boeken worden omgeven door een waas van mystiek en geheimzinnige titels. Lid van het eerste uur Elvira Muntz staat bekend om haar scherpe tong. Jet Vroom staat op iedere achterflap in hetzelfde leren jack. Dan zijn er nog drie anderen die ik moest googelen. Het zijn geen mensen zoals ik. Het zijn mensen die men herkent en onthoudt.

De wedstrijdopzet was simpel: een afvalrace, vijf opdrachten, vijf rondes. Elke ronde vielen er kandidaten af. Jurycommentaar werd live gedeeld op sociale media. Het publiek mocht ook stemmen. De schrijversvariant van een realityshow, maar dan met meer metaforen en werkwoordspelingen. Ik wist direct: dit is mijn kans, misschien wel mijn laatste.

Dus ik deed mee. Natuurlijk deed ik mee. Niet omdat ik dacht dat ik ging winnen, maar omdat ik het niet langer kon verdragen om genegeerd te worden. Ik wilde gelezen worden, misschien zelfs bewonderd om mijn verhalen. En … Ik was goed. Mijn eerste verhaal, over een vrouw die haar echtgenoot omlegt tijdens een yoga-retraite, kreeg van Elvira de woorden ‘messcherp en totaal geloofwaardig.’ Jet noemde mijn stijl ‘koelbloedig als een sluipschutter.’ Voor het eerst in jaren voelde ik iets dat op hoop leek.

Uiteindelijk bleven Maud en ik over.

Wat zal ik zeggen over Maud. Haar verhalen waren verzorgd. Haar dialogen strak, net als zijzelf. Ze schreef alsof ze het had gestudeerd: gestructureerd, foutloos, glanzend als een brochure. Maar ook voorspelbaar, veilig. Ze beschreef moord alsof het een recept was: drie messteken, twintig minuten in een koele kelder, afkoelen op een rooster.

En tóch won zij.

Maud kreeg bij het contract bloemen en een wijnglas met ‘moordwijf’ in sierletters. Ik kreeg een handdruk, met de opmerking: ‘Als Maud niet had meegedaan, had jij gewonnen.’ Bedoeld als troost, maar het voelde als zout in de wond.

Maud strooide nog wat extra zout. ‘Je was echt ook fantastisch.’ Haar stem was honingzoet, maar het medelijden had de overhand. ‘Je hebt een unieke schrijfstijl. Echt waar.’ Ze meende het misschien. Maar ik kon de leegte in haar ogen niet negeren. Alsof ze de afloop al had ingepakt in cellofaan en lint.

Ik glimlachte en zweeg. Maar in mijn hoofd gebeurde iets. Geen woede en zeker geen drama. Meer een klik, zacht, metaalachtig. Alsof een rem losschoot, of een grens overschreden werd.

Een week later signeert Maud in de boekwinkel van Haarlem haar debuut Stille Grond in een zachtgele blouse met parelknopen. Ze lacht naar elke fan alsof hij een persoonlijke vriend is. Iemand noemt haar ‘de nieuwe Saskia Noort.’ Ze bloost. Ik kijk toe, blijf achterin de winkel. Ik hoef tenslotte niets te signeren en heb tijd.

Ze staat op, loopt richting het toilet. Haar pas licht en vlot, alsof ze zweeft. Ik wacht. Ik ben tenslotte niet roekeloos. Ik tel tot twintig, dan volg ik haar, rustig, alsof ik erbij hoor.

Ze draait zich om als ik binnenkom.

‘Hé, wat leuk dat je hier ook…..?’ zegt ze, vriendelijk.

Ik steek.

Ik voel geen woede, maar precisie. Ik steek in één keer door het middenrif, net onder de ribben. Ze zakt in elkaar met een doffe klap, haar ogen wijd open. Haar blik is verbaasd. Alsof ze het einde van haar eigen boek nog niet gelezen had.

Ik kijk om me heen, de ruimte is klein. Ik sleep haar voorzichtig naar het bezemhok. Ik sluit de deur en spoel mijn handen af onder de kraan. Dan loop ik beheerst terug de winkel in. Iemand vraagt of ik al een handtekening heb. Ik glimlach.

Die middag wordt Maud gevonden. Vermoord zeggen de kranten. De boekhandel gaat tijdelijk dicht. De politie tast in het duister want er is geen verdachte, geen motief. Het collectief Moordwijven houdt zich stil. De wedstrijd wordt geannuleerd. Ze benoemen geen winnaar en dus geen nieuw lid.

Ik wacht, eerst op nieuws, dan op een telefoontje of desnoods een email. Ik was toch tweede? Dan ben ik nu toch aan de beurt? Maar er komt niets. Geen van de vijf moordwijven reageert. Alsof mijn naam opnieuw opgelost is in de vergetelheid.

Tot ik op een ochtend inlog op mijn schrijfaccount. Mijn nieuwste verhaal, Zachte landing, gaat viraal. Duizenden lezers. Duizenden reacties.

Het verhaal eindigt in een toiletruimte, met een vrouw die een andere vrouw vermoordt, en daarna koffie haalt.

In alle recensies staat: ‘Gedurfd’. ‘Onvergetelijk.’ ‘Haar beste werk tot nu toe.’

Het collectief Moordwijven deelt het op hun kanaal. Ze noemen het ‘angstaanjagend briljant’.

Ik zit achter mijn computer en glimlach, niet triomfantelijk maar eerder als iemand die eindelijk krijgt waar ze recht op heeft. Ik ben dan wel geen moordwijf in hun club, ik ben er eentje op mezelf.

Dat is genoeg… voor nu.


Reviews

RiNi Pietersen

Google Reviews
4.5