Koude soep
Door RiNi Pietersen
Ze pakt het brood uit de oven. De korst knispert onder haar vingers. De geur van gebakken brood brengt haar even terug naar haar kindertijd, toen ze elke dag op weg naar school langs de bakker liep en vaak een vers gebakken bolletje in haar handen gedrukt kreeg. Heel even houdt ze het brood tegen haar wang, alsof de hitte en de geur de troost kan geven die ze zo nodig heeft. Ze zucht en legt het neer. Dit kan mooi even afkoelen. Ze draait naar de pan op het fornuis.
De ui sist zodra hij de olie raakt. Zacht goud kleurt het vruchtvlees laag voor laag glazig. De geur van de ui verspreidt zich door de keuken. Het mes flitst daarna over de snijplank. Wortels veranderen in oranje munten, bleekselderij in bleke boogjes, knoflook wordt zo fijn dat het bijna een pasta wordt. Elke slag van het mes landt met een doffe tok, alsof de houten plank haar eigen hartslag imiteert.
Ze schuift de groenten in de pan, waar ze wegsmelten in de olie en zich vermengen met de ui. De geur verandert direct in zoet, kruidig met een vleugje scherpte. Ze strooit er peper, zout en wat paprikapoeder bij. Een takje tijm verkruimelt tussen haar vingers, een gedroogd laurierblad kraakt. De keuken vult zich met aroma’s die haar doen denken aan eerder. Hij, die een glas wijn inschenkt terwijl zij alles klaar zet. Zij, die lachend tegen de koelkast leunend en hem teder aankijkt. Maar dat was tóen. Ze zucht en laat haar schouders hangen.
Het water maakt een plonzend geluid zodra ze het toevoegt. De bouillon begint langzaam te borrelen. Kleine belletjes kruipen langzaam omhoog via de rand van de pan. Stoom kringelt op en strijkt langs haar gezicht. Het maakt haar wangen warm en haar ogen vochtig. Maar die ogen waren al nat voor ze begon. Ze veegt langs haar gezicht. Het helpt niet. Ze heeft het gevoel dat de lucht dikker wordt, alsof ze minder ruimte heeft om te ademen.
Het deksel kleppert op de rand van de pan. De soep kookt. Ze proeft een lepel: te zout. Ze voegt water toe, roert, wacht, proeft opnieuw. Hij is nog steeds te sterk. Ze voelt hoe haar hartslag mee gaat met het borrelen. Ze roert en roert, het gaat veel te snel. Zo snel dat er vocht uit de pan klotst. De houten lepel glijdt bijna uit haar vingers en tikt tegen de rand van de pan.
Het wordt haar even te veel. Ze laat de lepel los en zet het gas iets lager. De soep moet wel blijven koken, al kookt zij vanbinnen over. Dan ploft ze op een stoel. Door haar tranen heen kijkt ze wazig de stille keuken rond. Wat doet ze hier nog? Voor wie kookt ze eigenlijk? Voor hem? Voor haar zus en zwager? En waarom in vredesnaam? Denkt ze soms dat samen soep eten nog helpt? Ze haalt haar schouders op, alles is te proberen. Tenslotte hebben ze al die jaren samen gekookt en samen gegeten. Na een poosje heeft ze de tranen weer onder controle… Ze staat op en roert verder. Moet er nog iets in of is het goed zo? Oh ja, maggi… of heeft ze dat er al in gedaan?
En dan, plots, voelt ze hem, in de deuropening, zonder dat ze hoeft te kijken. Zijn aanwezigheid vult de ruimte, nog voor hij spreekt.
‘Moet ik helpen?’
Zijn stem klinkt vlak, neutraal, heel anders dan normaal. Hij had altijd zo’n liefdevolle klank in zijn stem. Ze voelt hoe ze onwillekeurig haar schouders optrekt.
‘Nee’ zegt ze, meer niet.
‘Hoe laat komen ze?’
Ze kijkt op haar horloge: ‘half uurtje nog.’
Hij knikt, maar ze kijkt hem niet aan. Hij dekt toch de tafel. Langzaam, te langzaam. De soepborden landen met een doffe klap. Het bestek rinkelt scherp, alsof hij elk geluid bewust harder maakt.
Ze kijkt op. Hun blikken kruisen elkaar een seconde. Meer is er niet nodig. Er is iets in zijn ogen dat zich niet langer laat negeren en het snijdt door haar ziel. De keuken voelt kouder, stiller. Een stilte die niet neutraal is, maar gespannen, op het randje van breken. Het tikken van de klok klinkt te hard, het borrelen van de pan te scherp. Zelfs haar adem lijkt hoorbaar.
‘Het is bijna klaar,’ zegt ze, haar stem laag.
Als de bel gaat zegt hij: ‘Ik doe wel open.’
Ze hoort zijn voetstappen naar de voordeur gaan. Dan hoort ze de vrolijke lach van haar zus en de brommende stem van haar zwager. Ze komen de keuken binnen en omhelzen haar.
‘Wat ruikt het hier heerlijk’ zegt haar zus.
Ze knikt, maar houdt haar blik op de pan gericht. Ze is bang dat haar zus in haar ogen zal lezen dat er iets niet goed is. Helemaal niet goed.
Ze tilt de pan op, voelt de hitte door de handdoek heen, schenkt de soep in een schaal en zet die op tafel. Hij pakt het brood en een mes. Hij snijdt langzaam, zijn vingers gespannen, elke snee een manier om zijn gedachten te ordenen. Het gesneden brood laat een dampige geur ontsnappen van gist, warmte en iets dat bijna troostend is. Het is de geur van thuiskomen, maar de tafel voelt allesbehalve thuis. Tegelijkertijd kletst hij met hun zwager. Ze heeft geen idee waar het over gaat. Hoe kan hij juist nu zo gewoon doen?
Ze kijkt nogmaals stiekem naar hem, onder haar wimpers door. Zijn schouders zijn gespannen, zijn bewegingen te gecontroleerd. Vroeger zou hij het brood met één hand snijden en met de andere haar bil of borst even strelen. Dat lijkt nu van een heel ander leven.
‘Komen jullie aan tafel’, zegt ze.
Haar zus en zwager nemen hun vertrouwde plek aan de korte kant, tegenover elkaar. Zij gaat aan de lange zijde zitten, tegenover hem. Vroeger was dat met een reden: dan kon je elkaar zo fijn in de ogen kijken. Niet dat dat nú zal gebeuren. Hun blikken ontwijken elkaar. In zíjn hoofd ziet hij haar schuld. In háár gedachten voelt zij zijn teleurstelling. Woorden zijn overbodig.
‘Gezellig weer eens samen eten’ zegt haar zus. De vrolijkheid in haar stem klinkt gekunsteld. Heeft ze iets door?
Ze schuift haar stoel iets dichter naar de tafel, het hout kraakt. Hij doet hetzelfde, precies op hetzelfde moment. Het klinkt als een echo, maar in plaats van verbondenheid, voelt het als een botsing.
‘De soep is goed gelukt,’ fluistert ze. Haar stem is klein, bijna een smeekbede. Alsof de warmte van de soep nog kan doordringen tot zijn koude hart. Haar zus glimlacht met de lepel in haar hand.
‘Zalig, lieverd, jij maakt toch altijd zulke lekkere soep. Ik wou dat ik dat kon!’
Haar zwager probeert het met een mop, maar stokt halverwege en neemt een te grote hap. Haar zus knikt heftig en herhaalt:
‘Echt heerlijk hè?’
Niemand antwoordt. Alleen het tikken van lepels tegen de borden klinkt nog.
Hij denkt aan het bericht dat hij heeft gezien, haar geheim dat hij nu niet kán maar ook meer niet wíl loslaten. Ze had haar mobiel ook niet moeten laten slingeren. Zijn maag draait en zijn kaken spannen zich aan. Hij kan nauwelijks eten. Zij voelt zijn spanning en weet wat hij bedoelt zonder woorden, nog steeds. Maar ze sluit zich ervoor af. Beter zwijgen dan alles blootleggen.
Het kauwen en slikken wordt bijna onmogelijk. Brood scheuren, lepel naar de mond brengen, glas optillen en een slokje nemen. Elke beweging is een poging om zichzelf een houding te geven. Zij voelt de ogen van haar zus, die probeert de stilte te vullen, maar het lukt niet. De spanning is te dik, te stroperig. Ze zit op slot.
Hun gedachten botsen. Zij wil zich verontschuldigen, maar durft niet. Hij wil vragen stellen, maar vreest het antwoord. Ze voelen elkaars aanwezigheid, zelfs als ze wegkijken.
Bruusk schuift hij zijn bord van zich af. Het geluid voelt als een dreun. Haar zus en zwager kijken verschrikt op. Zij niet… Ze wist dat dit moment zou komen. Daar kent ze hem al lang genoeg voor.
‘Waarom?’ vraagt hij, laag, bijna fluisterend. Zijn stem is geladen, zijn woede heeft hij nauwelijks onder controle. Haar keel knijpt dicht.
‘Ik weet het niet,’ fluistert ze. Meer weet ze niet te zeggen.
De stilte daarna is verstikkend. Haar zus vouwt haar handen samen, haar knokkels wit. Haar zwager heft zijn glas, maar zet het terug zonder te drinken. Niemand durft iets te zeggen.
Hij voelt haar angst, haar schuld en haar paniek, maar het verzacht zijn pijn niet. Zij voelt zijn woede, zijn verdriet, maar kan niets zeggen om dat te verlichten. Vier mensen zitten rond te tafel, elk met een bord half gevuld met soep. Allen gevangen in hun eigen gedachten. De visite kijkt hulpeloos naar elkaar. Ze zouden hier niet moeten zijn, niet nu.
Plots schuift hij zijn stoel achteruit. Het maakt een piepend, krassend geluid die door merg en been gaat. Haar hart slaat een paar slagen over. Hij plaatst zijn handen op tafel en kijkt haar aan. Zijn ogen zeggen alles wat hij niet hardop kan zeggen: teleurstelling, verdriet en iets dat bijna vergeving lijkt, maar nog ver weg is.
‘Je had het me kunnen zeggen,’ fluistert hij. ‘Dat had zelfs gemoeten!’
Dan loopt hij weg. De deur blijft open. Koele lucht blaast de keuken in.
Ze blijft zitten, handen om de rand van het bord geklemd. Haar hart slaat wild. Alles wat niet gezegd is, hangt zwaar boven de tafel. Haar zus schuift haar bord opzij terwijl haar lippen trillen, alsof ze iets wil zeggen. Maar ze zwijgt. Haar zwager nipt eindelijk van zijn glas en houdt zijn ogen strak op de tafel gericht.
De geur van de soep hangt nog in de keuken, bitter en kruidig. Ze kijkt haar zus aan, maar zegt niets. Dan voelt ze de hand die de hare zoekt. De stilte zit mee aan tafel. De niet uitgesproken woorden hangen in de lucht.
De soep is inmiddels koud.
Wat een intrigerende en meeslepende roman is ‘Weglopen voor jezelf’. RiNi Pietersen beschikt over een natuurlijke, vlotte en levendige schrijfstijl die je moeiteloos het verhaal intrekt. Vanaf de eerste pagina roept het verhaal vragen op en voel je de drang om te ontdekken hoe alles werkelijk in elkaar zit.
Het verhaal wordt verteld vanuit meerdere perspectieven, met Xavier en Jeanne als duidelijke spil. Beiden zijn realistische, gelaagde personages met een overtuigende psychologische diepgang. Ook de bijpersonages zijn zorgvuldig uitgewerkt: ze zijn geen decor, maar dragen actief bij aan de verhaallijn en versterken de complexe onderlinge dynamiek. Door de perspectiefwisselingen weet RiNi Pietersen een subtiel maar voortdurend spanningsveld tussen de personages te creëren.
Het verhaal start in Brazilië, waar al snel duidelijk wordt dat Xavier en Jeanne niet zonder reden zijn gevlucht en iets te verbergen hebben. Gaandeweg krijgt de lezer steeds meer puzzelstukjes aangereikt over hun verleden, terwijl de verhaallijn in het heden zich onverminderd blijft ontwikkelen. Ondanks hun poging een nieuw bestaan op te bouwen, worden ze voortdurend geconfronteerd met herinneringen, valkuilen en onverwachte wendingen. Ook de liefde blijkt een struikelblok. Het kantelpunt volgt wanneer een brand uitbreekt en een goede vriendin wordt beschuldigd.
De spanning is zorgvuldig opgebouwd en het beklemmende, opgejaagde gevoel dat Xavier en Jeanne ervaren, is bijna tastbaar. Ze worden gedwongen tot levensbepalende keuzes: kiezen ze voor zichzelf, of voor hun vriendschap?
Weglopen voor jezelf is een indringende roman over vriendschap, schuld en het onontkoombare verleden. RiNi Pietersen neemt je mee in het verhaal van twee mensen die proberen te ontsnappen aan wat was, maar ontdekken dat sommige dingen je blijven achtervolgen. Als lezer blijf je tot het einde nieuwsgierig: hoe sterk is hun jarenlange band, en welke prijs zijn ze bereid te betalen?
Weglopen voor het leven is een verhaal dat direct pakt vanaf het begin. De personages zijn herkenbaar en binnen enkele bladzijden word je meegezogen in de pakkende schrijfstijl van Nicolette en Rianne. Het is een verhaal dat realistisch is, het zou zo kunnen gebeuren met je broer,
je neef of misschien wel met jezelf? Het laat je nadenken over hoe je zelf in het leven staat, wat is voor jou belangrijk en voor welke dingen zou je zelf wel willen weglopen? Als lezer wil je weten hoe het verdergaat met de personages, je leeft met ze mee en wilt weten hoe de vork in de steel zit. Kortom, een boek dat moeilijk weg te leggen is, dat je meeneemt vanaf het eerste hoofdstuk en dat je laat nadenken over het leven zelf.
Weglopen voor jezelf van Rianne en Nicolette Pietersen is een rijke, gelaagde roman die de lezer vanaf de eerste pagina volledig het verhaal in trekt. Het is het vervolg op Weglopen voor het leven, maar is ook prima als losstaand boek te lezen. Het is een verhaal dat moeiteloos spanning, emotionele diepgang en karakterontwikkeling verweeft tot een overtuigend en levensecht geheel. De auteurs tonen een scherp oog voor menselijkheid: de personages zijn geen helden of schurken, maar complexe mensen die worstelen met hun verleden, verlangens en angsten.
Centraal staan Jeanne en Xavier, levenslange vrienden die ondanks hun hechte band telkens geconfronteerd worden met gebeurtenissen die hen uit balans brengen. Hun onderlinge loyaliteit vormt de warme kern van het verhaal, maar ook de bron van conflict. Voeg daar de intense, vaak broze relaties met personages zoals Maria en Clara aan toe, en de roman krijgt een psychologische spanning die tot het einde blijft resoneren.
Wat dit boek bijzonder maakt, is de manier waarop het verleden als een schaduw door het leven van de personages beweegt. Trauma’s, geheimen en onafgemaakte hoofdstukken uit het leven in Frankrijk blijven doorklinken in hun nieuwe bestaan in Brazilië. De auteurs beschrijven dit met een verfijnde gevoeligheid, waardoor je als lezer elke twijfel en spanning voelt.
Weglopen voor jezelf is een roman die onder de huid kruipt. Een verhaal over identiteit, vluchten én durven blijven. Kortom een aanrader. 5 sterren!
Wat een goed geschreven boek, Mijn complimenten.Vanaf het begin wil je gewoon doorlezen en weten hoe het verder gaat. Weg lopen van huis is dus niet altijd een goede optie zo zie je maar weer met het verhaal van Hein/Helmut en zijn vrouw Tineke. Helmut leeft zijn eigen leven nu in Frankrijk terwijl Tineke zijn vrouw dat ook doet maar dan gebeurt er iets vreselijks met haar…… Totdat Helmut iemand ontmoet en zijn hele leven op de kop zet. Erg nieuwsgierig hoe het allemaal gaat aflopen, en wat Jeanne allemaal op haar kerfstok heeft.
Over ‘Weglopen voor jezelf’: Boeiend boek met verrassend eind. Deze zag ik niet aankomen. Knap gedaan!
“Weglopen voor het leven”
Heerlijk leesboek: je zit direct in het verhaal, je leeft automatisch mee met de verschillende personages.
Het voelt soms ongemakkelijk, omdat je ‘goed’ en ‘kwaad’ tegen elkaar afweegt en daar een grijs gebied tussen ligt! Wat zou je zelf doen? Hoe ver zou je zelf gaan?
Het boek leest lekker en je ziet het allemaal in beelden voor je. Een aanrader dus!